dinsdag 13 juli 2010

Elmer de olifant & Harry Mulisch

(Uit: VERSCHEURD, 2005)

Zijn oog viel op Elmer de olifant, een vrolijk en kleurrijk kinderboek, een voorleesboek in de etalage van de boekhandel. Hij zou graag hebben kunnen schrijven en tekenen, was liever auteur geworden of illustrator dan Competence Development Manager in een van ‘s werelds grootste ICT-bedrijven.

Het laatste boek dat hij had gelezen was Siegfried, van Harry Mulisch. In die roman heeft hij naast twee fouten vooral veel inspiratie gevonden en (h)erkenning aangaande zijn eigen vage grenzen tussen fantasie en werkelijkheid. Toeval bestaat niet en dagdromen gaan drempelloos over in gedachte-experimenten: de onbedwingbare lust om te fantaseren, om in gedachten een andere werkelijkheid te scheppen en te beleven; een poging tot het verklaren van de realiteit en geen compensatie voor hetgeen hij tekort zou komen in de alledaagse werkelijkheid.
Meesterbrein, geen televisiequiz, maar het drama van een begaafde geest. Ideeën, gedachten, hersenspinsels, dagdromen, overpeinzingen, vragen en antwoorden schieten door het hoofd: een beeldenstorm, filmfragmenten van gebeurtenissen die nooit hebben plaatsgevonden. Er valt geen touw aan vast te knopen, elke ordening ontbreekt en vooralsnog lijkt het onmogelijk een verhaal uit deze kakofonie te componeren.
Zijn schijnbaar feilloze geheugen weerhield hem, heeft hem te vaak weerhouden van het maken van ogenschijnlijk zinloze aantekeningen, onbetekenende puzzelstukjes die veel later van pas hadden kunnen komen bij het samenstellen van het tafereel van zijn geschiedenis.
De toekomst was inmiddels begonnen, maar ook al leefde hij steeds meer in het heden, was de verleden tijd nog onvoltooid zolang sporen uit dat verleden als plotseling onweer de kop op konden steken en stralend zonlicht tijdelijk verduisteren.
Hij las graag, maar veel te weinig. En als hij schreef, schreef hij om het verleden te verklaren, de pijn en de boosheid te verwerken en van zich af te schudden: schrijven om schoongewassen de toekomst tegemoet te kunnen treden. De puzzelstukjesverzamelaar: wat, waar, wanneer, waarom en hoe?
Hij had de roman Siegfried nagenoeg precies een half jaar eerder gelezen, op 10 maart 2001. En hij had nauwkeurig gelezen.
Op bladzijde 76 las hij:
‘In de hoek stond een archaïsch televisietoestel, waarop zij hem gisteren hadden gezien; er op een ingelijste .....’
Gisteren ????
En op bladzijde 117:
‘Herter stond op en reikte haar de hand, waarop zij hem een paar seconden verbaasd bleef aankijken, alsof hij de laatste was die zij had verwacht. ‘Heb ik u gisteren niet op de televisie gezien?’ Het was Herter meteen duidelijk, dat hij ter plekke .....’
Gisteren ????
De televisie-uitzending was niet één maar twee avonden geleden, dus ware eergisteren meer op zijn plek geweest!
Hij wilde geen beterweter zijn; voorlopig had hij nog geen bladzijde zonder fouten geschreven, laat staan bladzijden met enig literair gehalte. Toch schreef hij een e-mail naar de uitgeverij om op de twee aangehaalde passages te wijzen: was het gisteren, of was het eergisteren?!
En hij kreeg nog antwoord ook:
Geachte heer,
U heeft gelijk. Het moet zijn eergisteren. Dit is in de tweede druk al hersteld,
Met dank en vriendelijke groet,
Suzanne Holtzer

Hij liet het boekje in kleurig papier inpakken en versieren met een rode strik. Het werd zo een mooi cadeau om mee thuis te komen.

1 opmerking:

  1. I hope you will keep updating your content constantly as you have one dedicated reader here.

    online pharmacy

    BeantwoordenVerwijderen