dinsdag 13 juli 2010

Hoofdstuk uit SCHULDIG

De weg naar Achterwolde

10 jun 2009, 22:07

Vanuit de Randstad rijdt hij altijd over de A12 richting Arnhem. Na Arnhem wijst de Tom-Tom een route aan via het Montferland en over provinciale wegen, maar het is sneller om de A12 te blijven volgen, Duitsland in. De snelweg heet daar ineens A3 en na een kilometer of twintig neemt Zornig de afslag Niederwald. De route over de B70 glooit door het Reichswald, langs een paar boerengehuchten en leidt bijna direct naar Achterwolde.
Achterwolde, parel van het oosten. En als je, zoals Zornig, vanuit het oosten de gemeente binnenrijdt, zie je meteen waaraan Achterwolde deze eretitel heeft verdiend. Het laatste stukje onontgonnen Nederland schuift langs de zijruiten voorbij. Rustieke beekjes kronkelen door de bossen en langs landerijen. Hier en daar staan boerderijen midden in het land of aan de bosrand, maar nooit langs de weg.
In de buurtschap Bovenwolde, ongeveer halverwege de Duitse grens en de grens van het kerndorp, schenkt men in café Binnentuin de lekkerste koffie van heel Nederland, geserveerd met handgeklopte room en appeltaart die de naam Apfelkuchen verdient. Als Achterwolde de parel van het oosten is, dan is Bovenwolde een verborgen schat: een plein met een paar dorpswinkels, een school en een kerkje en een paar korte zijstraten met tot luxe villa’s omgebouwde dorpsboerderijen. De gebouwen van de coöperatieve boerenbond goed verstopt achter een bomenrij aan de westkant van het gehucht. In de verte zie je landgoed Hoog Wolde liggen, waar vandaan ooit de herenboer regeerde over de hele streek.
Wie hier nog nooit is geweest, zal niet geloven dat een buurtschap als Bovenwolde anno nu nog bestaat. Op doordeweekse ochtenden klinken kinderstemmen uit het raam van de school aan het dorpsplein; christelijke liedjes, want het is een school met de bijbel. De bakker, die ook kruidenier is, notaris en dominee, bezorgt de boodschappen aan huis en maakt bij al zijn klanten een praatje over de dingen die zijn klandizie wil horen, roddel en achterklap. De straatveger komt hier dagelijks en dan niet met een mechanische veger, maar met een bezem en een bakfiets. Er ligt hier nooit vuilnis op straat.
Café Binnentuin opent de deuren steevast om elf uur, behalve op zondag. Het interieur met veel eikenhout en glimmend koper past naadloos bij het boerenbont servies, het uitzicht op het pleintje en de geur van koffie en sigaren. Om kwart over elf komen de mannelijke pensioentrekkers hier samen om te discussiëren over het boerenbedrijf van vroeger toen alles beter was, om vast te stellen dat het bestuur van Achterwolde weer niets begrijpt van waar het met de gemeente naar toe moet, om te zwijgen bij dat noodzakelijke kopje koffie met twee klontjes suiker en een cupje melk, in afwachting van de eerste borrel om tien over half twaalf.
Vanuit Bovenwolde is het niet ver meer naar Achterwolde. Er is aan het einde van de vorige eeuw een rondweg aangelegd, zodat de Duitsers die al sinds de vijftiger jaren op zaterdag naar Achterwolde komen om boodschappen te doen, op de rotonde de eerste afslag kunnen nemen naar het Einkaufzentrum Westfalen en niet door de smalle straatjes van het oude dorpscentrum hun weg moeten zoeken naar parkeerplaatsen bij supermarkten, sigaretten-shops, poeliers en andere detailhandelaren. De derde afslag op de rotonde leidt naar Achterwolde-West en naar Wolderveen. Vanwege Achterwolde-West en Wolderveen rijd Zornig nooit via het Montferland naar Achterwolde. In Achterwolde-West is het bedrijfsleven geconcentreerd, Philips heeft er een lampenfabriek, Sorbo maakt er afwasborstels, er worden combi-ketels, pre-fab houten tuinhuisjes en autonavigatiesystemen gemaakt, er is daar werk voor ongeveer zevenduizend mannen en vrouwen. Wolderveen is een getto voor Turken en Marokkanen, die ooit naar Nederland zijn gehaald om het tekort aan arbeidskrachten in de textielindustrie op te vullen en die nu even werk- en kansloos zijn als hun kinderen. Kinderen die gedwee naar school zijn gegaan, een vak hebben geleerd en nooit een baan hebben gekregen.
Rechtdoor, dat wil zeggen de tweede afslag op de rotonde: Achterwolde-Centrum. Om op het marktplein te komen, moet je nog een stukje van de binnenring nemen, langs het Regionaal Opleidingscentrum ROC Wolde, langs de tot appartementencomplex omgebouwde textielfabriek Willink en langs het grootste filiaal van kinderopvangorganisatie debinnentuinen.nl, gevestigd in het voormalige gemeentearchief aan de Marktstraat.
Midden op het Marktplein staat de imposante Johannes-Kerk, met een vijftig meter hoge toren en een fenomenaal orgel. Op woensdagen is er markt, de overige dagen zijn er licht, lucht en leegte op het plein. Rondom de kerk versieren de klassieke gevels van restaurants, kroegen, het kantoor van De Achterwolder Courant en hotel Stadt Münster de randen van het Marktplein.

Zornig had een kamer gereserveerd in het hotel aan het plein. Maaike Meijerink, vrouw van de eigenaar en gastvrouw ontving hem, zoals alle gasten allerhartelijkst. De rondborstige kwebbeltante vond het kennelijk erg plezierig om iedere gast in haar hotel te mogen begroeten en nam er de tijd voor om Zornig van alles te vertellen over het dorp en het hotel, over de prachtige natuur in de omgeving en de archeologische vondsten die in de steengroeven aan de Duitse grens waren gedaan. Zij wilde er graag persoonlijk op toezien dat het hem tijdens zijn verblijf in Achterwolde aan niets zou ontbreken, was graag bereid zelf het ontbijt op de kamer te serveren en wist ook alles van wijnen en kon hem dus adviseren als Zornig wijn zou willen drinken bij het diner. Vanwege het diner moest hij weten dat dat om zeven uur ’s avonds werd geserveerd, tenzij hij à la carte wilde eten.
Maaike ging hem voor, om de weg te wijzen naar zijn kamer. Van achteren zag zij er nog vormelozer uit dan van voren, als een Michelin-vrouwtje met sluike haren en een te korte rok. Ze rook naar een overdosis Channel No. 5 en haar stem klonk als een vals gestemde viool. In de lift naar de tweede verdieping keek ze Zornig zwijgend aan, met haar lichtblauwe ogen. Zonder bijna enige uitzondering zwijgen mensen in liften. Hij ook. De Channel werkte bovendien bedwelmend.
Zijn kamer heeft uitzicht op het Marktplein. Maaike, hij moest haar toch vooral bij de voornaam noemen, liet hem nog de mini-bar zien en de kast waar extra dekens lagen voor eventueel koude nachten. Toen de gastvrouw de deur eindelijk achter zich had dichtgetrokken, liet Zornig zich met een zucht achterover op het bed vallen. Aan het plafond hangt een kristallen kroonluchter, die sprankelend licht door de kamer strooit. Zwevende lampjes, dwarrelende lichtjes, dansende elfjes, vallende sterren. Hij sliep binnen een paar minuten.

Midden in de nacht werd Zornig wakker, wakker uit een droom die geen droom was. Meijerink, Gerard Meijerink, de oudere broer van Maaike; hij was patrouille-leider geweest bij scouting-club Germania. Er waren twee scouting-clubs geweest, toen Zornig jong was; er was een katoholieke club (Sint Josef) en er was de algemene club (Germania), onder leiding van hopman Grobbels. De jongens van Germania gaven nogal af op de watjes van Sint Josef, watjes die misdienaren waren en monnik wilden worden. De ploeg van Grobbels was stoer en sterk, bestond uit mannen die de oorlag hadden kunnen winnen. Grobbels zelf had één letter in zijn naam laten veranderen en niet omdat hij zich schaamde voor zijn oom; hij wilde werken en was hoofd van de sociale dienst in Achterwolde.
Zornig had gedroomd, hij was nog welp, gids met twee gele banden en heel veel insignes, voorbeeld voor de welpen-horde. En als voorbeeld, om zijn prestaties mocht hij mee, mee op verkennerskamp naar Epe. Het was mooi daar, in het bos. Ze hadden hutten gebouwd, voor de ingang van hun hut gegeten en Zornig was trots, omdat hij erbij mocht zijn. Grobbels kwam ook kijken, Gerard en zijn patrouille sprongen in de houding en Zornig deed braaf mee.
In zijn droom beleefde Zornig de nacht, zijn eerste nacht als welpje tussen de verkenners. Hij lag in zijn pyjama, in een slaapzak, lag eerder in de hut dan de echte verkenners, hij viel in slaap, voldaan na een mooie dag, enerverende dag, prachtige dag die hij als welp temidden van die grote mannen had mogen meemaken. Zornig werd wakker van de rits, de rits van de slaapzak, de rits die in volle vaart werd geopend.
“Doe je pyjama uit”, fluisterde Gerard. “Ik wil zien of je echt bij ons hoort!”
Gerard nam het welpje in zijn handen, om van het welpje een grote wolf te maken. Zornig herinnerde zich hoe zijn kleine piemel en echte pik was, hij herinnerde zich ook hoe enorm de fallus van Gerard was, fier rechtop staande als de toren van de kerktoren op de markt in Achterwolde. De kerktoren werd een fontein, het welpje werd ontmaagd.
Grobbels begreep niet, dat Zornig de volgende ochtend melddedat hij naar huis wilde.
“Je bent toch geen Mama´s kindje? Ik had begrepen dat jij het rolmodel voor al die andere kut-welpen was, dat jij een echte welp bent, ooit een echte verkenner gaat worden! Je blijft! Geen gelul. Gerard zal op je letten en voor je zorgen!”
Drie nachten zorgde Gerard voor Zornig, liet Zornig kerktorens spuiten, spoot hij in het klein en in de hoop dat zijn eruptie hem rust zou geven, werd hij vanachter genomen door de patrouilleleider naar wie hij zo lange tijd had opgekeken.
Zornig had na die week nooit meer zijn welpenpak gedragen, was nooit meer naar de wekelijkse scouting-bijeenkomsten gegaan. Terwijl zijn ouders dachten dat hij in het padvindershonk was, zwierf Zornig op de zaterdagmiddag over de markt, tussen al die Duitsers die er hun boodschappen deden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen