dinsdag 23 april 2013

Expeditie Vlieland - Dag 2

Oorlog en Dance
Vannacht om half elf, voor mij is dat midden in de nacht, werd ik ruw uit mijn droom gewekt door het gillend geluid van overvliegende straaljagers. F16'S, opgestegen vanaf vliegbasis Leeuwarden, voor oefenvluchten boven de Noordzee, boven de Vliehors.
Waarom oefenen die straaljagers niet boven Amsterdam? Daar wonen immers de Gutmenschen en Salonsocialisten, die de inmiddels verouderde en versleten F16'S niet willen inruilen voor materieel van deze eeuw. Daar kunnen de piloten ook echt oefenen, precisiebombardementen uitvoeren op door socialistische uitkeringstrekkers gekraakte panden, het dak van k(r)oningslied kraakster Sylvia Witteman wegblazen of desnoods precies boven de Grachtengordel door de geluidsbarrière gaan.
Raar volk, die socialisten, doen er alles aan om werkgelegenheid te bevorderen in de wetenschap dat werklozen altijd links stemmen, vanwege de uitkeringsgarantie. Zoals ook ambtenaren van staatssteun leven.
Het enige dat werkelijk voor een politicus telt, is de zetel en als het nodig is om de zetel veilig te stellen, stemt zo'n politicus uiteindelijk toch voor de JSF, zelfs als hij altijd geroepen heeft dat de JSF de slechtste oplossing is voor onze Koninklijke Luchtmacht.
Misschien moeten we de Koninklijke Luchtmachtkapel een k(r)oningslied laten spelen, of gewoon de mars "koning voetbal".
Overvliegende jachtvliegtuigen herinneren mij aan mijn jonge jeugd, in Winterswijk. Mijn oudste televisieherinneringen dateren uit 1960, de Olympische Spelen in Rome; met name de marathon, de overwinning van Abebe Bikila, blootsvoets, omdat Adidas onvoldoende sportschoenen kon leveren imponeerde mij. Nog meer indruk maakten de uitzendingen op en na 13 augustus 1961, uitgezonden door de West-Duitse televisie. Met het bouwen van de Berlijnse muur kwam het Rode Leger wel heel dichtbij! En sindsdien had ik vaak angstdromen over een aanval van de Sovjets.
Midden in de nacht hoorde ik propellervliegtuigen over vliegen, van west naar oost, van oost naar west. Vooral tijdens de blokkade van Berlijn was het in de lucht een drukte van jewelste. En vanuit mijn slaapkamerraam, keek ik langs de spoorlijn naar het oosten, om in de gaten te houden of de vijand al naderde.
Wat doe je, als je midden in de nacht bent wakker geschrokken door een squadron F16'S? Het bed uit, aankleden en het dorp in, op zoek naar het bruisende leven aan de Zeedijk!
En dus liep ik rond de klok van half twaalf door de overigens volledig verlaten Dorpstraat van Oost-Vlieland. Zelfs de meeuwen, de kraaien en de mussen waren in geen velden of wegen te zien. In de keuken van het pannenkoekenrestaurant brandde nog licht, uitbater Gerben stond heftig gesticulerend ruzie te maken met het eilandmeisje, dat kennelijk weer eens beslag met klonten had vervaardigd, met klachten ontevreden klanten tot gevolg.
Tegenover het pannenkoekenrestaurant is Café Loods gevestigd, met tien soorten bier van het vat, geopend vanaf drie uur 's middags, maar nu gesloten, wegens gebrek aan klandizie.
Ten einde raad besloot ik mijn geluk te beproeven in discotheek "de WaddenDance". Aan de bar hing de baardige bejaarde, die ik 's middags al op een terras had ontwaard, achter grote glazen bier en vele borrels. Spreken deed hij niet meer, snurken wel. Achter de bar stond een mens, van wie op het eerste gezicht niet vast te stellen viel of het een man of een vrouw was. Ofwel een vrouw met een snor en een bierbuik, danwel een man met volle borsten. De dansvloer was leeg.
Ik dronk een glas lauw en mufsmakend bier, rekende af en wandelde terug naar het hotel.
Om twee uur vervolgde ik mijn droom, waarin ik eerder zo ruw was verstoord.
Mijn dromen herhalen zich vaak. Zoals de droom uit 1980. De laatste keer dat ik feest vierde met die vriendin, met wie ik in 1978 op Vlieland kampeerde, was op mijn verjaardag in 1979. Daarna ging het snel slechter met haar en bijgevolg ook met mij.
Ik droomde dat we in een trein zaten, zij en ik. Een treinreis door het verlaten noorden van Nederland. Midden in het niets stopte de trein. Zij nam haar bagage en liep naar de uitgang. Precies bij de wagondeur was een houten stellage. Ze stapte uit de trein, op de vlonder, daalde de trap af en liep het weiland in. Ze werd steeds kleiner en toen de trein zich in beweging zette, raakte ze al snel geheel uit het zicht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen