vrijdag 4 december 2015

Henk

In een vreselijke vlaag van verstandsverbijstering stapte ik gisteravond het café in, aan het einde van mijn straat. Ik kwam voorheen nooit in dat café, omdat het er altijd overbevolkt was met boeren en hoeren. Maar sinds boeren en hoeren 's avonds niet meer veilig over straat kunnen, biedt dat café een nagenoeg uitgestorven aanblik en durf ik dus binnen te gaan, om van de rust en een borrel te genieten.

Achter de bar staat een man met een spuuglok en een raar snorretje onder zijn neus. Hij kijkt mij verbaasd aan.
"Wat mot je?"
Ik vraag om een lauwe ouwe. Ik drink immers altijd een glaasje oude jenever, als ik in een kroeg kom.
"Wat mot je hier? Ik ken jou niet en ik mag jouw soort niet!"
Ik kijk om me heen, ik ben de enige gast en ik vraag me af welk soort dan wel welkom is in dit café.

Als ik mijn derde lauwe ouwe voor mijn neus krijg neergezet, komt een verlopen oude man binnen. Zijn jas is doorweekt dankzij de regen die inmiddels gestaag valt en hij stinkt naar rotte vis.
"Henk!"
"Dolf!
"Biertje?"
"Doe maar een rode wijn!"

Henk gaat iets te dicht bij mij zitten en begint meteen te praten, te klagen over de regering, die met haar neo-liberale beleid het leven verstiert voor iedereen met een uitkering, die leeft van subsidie of die aow en pensioen geniet. Hij schreeuwt bijkans over de jeugd, die werkelijk niets over heeft voor de generatie die Nederland groot heeft gemaakt.
"U bedoelt mijn ouders van 92, die na de oorlog Nederland uit ruïnen heeft opgebouwd?"
"Nee, eikel! Ik bedoel mij, ons! De babyboomers die seks en drugs en rock & roll voor iedereen beschikbaar hebben gemaakt en die ervoor hebben gezorgd dat je als homo gewoon midden in de kroeg kan zoenen en strelen en pijpen!
Het is toch godsgeklaagd dat ik en wij die ons land welvaart hebben gebracht, moeten betalen voor zorg, met veel te hoge premies en ook nog een eigen risico. Alsof ik en wij die van Nederland een sociaal land hebben gemaakt, niet genoeg hebben gegeven."
"Wat hebt u dan zoal gedaan?"
"IK? IK? IK? Ik ploeterde dag en nacht, om subsidie binnen te harken voor mijn clubje en mijn krant. Het waren zware tijden, vooral vanwege de onzekerheid over of er in het volgende jaar wel genoeg subsidie zou binnenkomen om mijn huis te betalen en om mijn swingende levensstijl te kunnen bekostigen. En toen ik een paar jaar de sociale premies voor mijn personeel niet kon betalen, begonnen die fascisten meteen met acties om mij zwart te maken in hun Telegraafje.
Het is toch godsgeklaagd dat ik nu in de Tweede Kamer mijn welverdiende vrije tijd moet verknoeien om mijn belangen en die van al die andere babyboomers bovenaan op de agenda te krijgen."

Dolf schenkt Henk een volgend glas wijn in.
"Let een beetje op, op wat je zegt, Henk. Ik ken die gast niet. Misschien is hij wel van die anderen, of nog erger een Jood!"
"Moet ik oppassen op wat ik zeg? Ik leef in een vrij land. Dankzij alles wat ik voor dit land heb gedaan, mag ik zeggen wat ik wil! Ik en ik en ik, maar ook mensen zoals Emiel en Geert, wij verdedigen verworven rechten, wij bestrijden vernieuwing en innovatie, wij koesteren ons land. En dat de jeugd daarvoor moet bloeden, dat zal mij een rotzorg zijn ...
HAHAHA, rotzorg, die is goed, want de zorg is toch al verrot, HAHAHA!"

Zonder dat ik erom gevraagd heb, schuift de barman met die spuuglok en dat snorretje de kassabon onder mijn neus: €6,75.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen