zaterdag 7 mei 2016

Hohenschönhausen, 5 en 6 mei. 2016


Vier kale wanden vliegen op mij af. In de hoek is een stalen toilet, tegen de muur is een tafeltje gemonteerd. Ik zit op een onopgemaakt bed.
Geen idee hoelaat het is, hoelang ik al in deze cel zit. Geen idee waarom ik in deze isoleercel zit.
Het was (las ik heel veel later in het proces verbaal) 5 mei, 20u25, toen een arrestatieteam met getrokken wapen mijn slaapkamer binnenstormde. Ik was al in diepe slaap, was totaal verbijsterd, werd luid schreeuwend toegesproken, naakt en met mijn handen omhoog tegenover de hermandad.
Om 21u05 werd ik in deze cel gezet, vanwege een aangifte wegens bedreiging. Op mijn vragen welke bedreiging en tegen wie, kreeg ik geen antwoord. De deur ging dicht en het licht ging uit.
Vier kale wanden vliegen op mij af. Maar buiten de cel hoor ik voetstappen en stemmen. Meer voetstappen, andere stemmen. En dan is het weer stil. In het donker vind ik op dat tafeltje aan de muur enige lakens en een deken. Onder die deken probeer ik te slapen, maar slapen lukt niet. Mijn hart bonst in mijn keel, zenuwen gieren door mijn lijf, mijn hersencellen tollen in het rond.
Omstreeks 7u30, op 6 mei, gaat mijn celdeur open. Ik weet dat het omstreeks 7u30 is, omdat ik de dienstdoende om de tijd vraag. De dienstdoende reikt mij een handdoek en een tandenborstel aan. Ik mag douchen en tandenpoetsen. In de douchecel zijn geen haken om mijn kleren op te hangen, de douche is veel te heet, de handdoek is te klein, ik heb geen kam om mijn haren te kammen.
Na die douche krijg ik koffie en een boterham. Koffie! De boterham sla ik over, ik weet dat ik geen hap door mijn keel zal krijgen.
Op de folder die in mijn cel ligt, heb ik kunnen lezen dat ik twee keer per dag gelucht zal worden, maximaal 30 minuten per keer. Maar nauwelijks nadat ik buiten sta, in een ommuurde ruimte, met daarboven tralies, tussen andere geweldplegers en criminelen, word ik geroepen, gooi ik mijn halfopgerookte sigaret in een putje, word ik meegenomen naar een kamertje elders in het bureau.
Tegenover mij zit de door mij gevraagde piket-advocaat. Bij zware en ernstige verdenkingen van strafbare feiten heb ik daar recht op. Na mijn verhaal is ook de advocaat voorzichtig gezegd verbaasd, zowel over de wijze van arresteren als vanwege het feit dat ik geen idee heb op welke gronden ik gearresteerd en opgesloten ben.
"Nederland is kennelijk een politiestaat en de omstandigheden hier doen mij denken aan Hohenschönhausen," zeg ik.
Daarna word ik weer naar mijn cel gebracht en krijg ik nog een kop koffie.
Kort voor 12u word ik naar een verhoorkamer gebracht, waar 2 rechercheurs op mij wachten. De advocaat is op mijn verzoek ook aanwezig.
Na veel formaliteiten hoor ik dat ik ben opgepakt om twee tweets die ik ´s middags op 5 mei heb geplaatst.
In de ene tweet schrijf ik dat ik de wielertoeristen misschien wel afschiet, in het kader van startschot.
In de andere tweet staat een cartoon, met een kuil, waar een aanstormende wielrenner naar op weg is.
Dat is, zo leggen de heren van de recherche mij uit, ernstige bedreiging en mogelijk terrorisme.
Ik probeer uit te leggen dat deze twee tweets gelezen moeten worden in de context van mijn TimeLine, met ongeveer 180.000 tweets die ik als KLETSMAJOOR heb gepost.
De hermandad probeert mij uit te leggen dat de koning in Apeldoorn is, dat er in 2009 op koninginnedag ook een aanslag in Apeldoorn heeft plaatsgevonden, dat er veel mensen op de been zijn, dat mijn tweets DUS gelezen worden als reële dreiging, geweld, terrorisme.
Halverwege het verhoor komt de hulpofficier van justitie binnen en overhandigt mij een bevel tot inverzekeringstelling, omdat ik verdacht word van bedreiging met misdrijf tegen leven/zware mishandeling, gepleegd te Apeldoorn op 5 mei. In dat bevel staat ook dat ik ter zake door de hulpofficier ben gehoord, hetgeen niet waar is.
Het verhoor gaat verder en en passant wordt mij medegedeeld dat mijn huis is doorzocht, dat multimedia apparaten in beslag zijn genomen, die nu ook doorzocht gaan worden. En aan het einde van het verhoor kondigen de rechercheurs mij aan dat er zaterdag 7 mei een volgend verhoor zal volgen om op meer vragen meer antwoorden te krijgen. Welke vragen nog gesteld moeten worden of welke antwoorden ik nog niet gegeven zou hebben, wordt niet medegedeeld.
Voor ik het procesverbaal onderteken, corrigeer ik alle taal- en spelfouten, laat ik nog enkele zaken toevoegen. Want ik ben een eerlijk mens, ik houd van de waarheid en zie die graag volledig en correct beschreven.
Uit het nagesprek met de advocaat begrijp ik dat ik waarschijnlijk tot zondag, misschien tot maandag zal vastzitten.
´s Middags zit ik weer in de luchtruimte, met Hassan (fictieve naam) die is opgepakt wegens geweldpleging, die recidivist is, die al weet dat zijn straf twee jaar hechtenis zal zijn vanwege zijn strafblad, vanwege de voorwaardelijke gevangenisstraf en wegens verzet bij zijn arrestatie. Hassan is een aardige Marokkaan. We praten (behalve over de situtie waarin we zitten) over zijn vriendin, zijn baan, zijn land. Zijn land is Nederland, voor de goede orde. Omdat hij nog niets te roken heeft, deel ik mijn laatste sigaretten met hem.
Maar dan word ik weer opgehaald, voor een volgend verhoor, over mijn sociale leven, over mijn ex-vrouwen en mijn kinderen, over mijn baan en mijn salaris, over wat de buren over mij denken (want jaja, er is ook buurtonderzoek gedaan). Tijdens dat verhoor (zonder advocaat, want ik kon wel even zonder) geef ik aan dat de rechercheurs een aantal vragen vergeten te stellen, vragen waarop de antwoorden een beter beeld geven van de waarheid. Een van de twee rechercheurs zegt mij nog dat ik beter moet stofzuigen, dat ik bijzondere seksuele voorkeuren heb en veel oude telefoons in de kast van mijn werkkamer heb liggen.
Terug in de cel staat er eten ... een bak lauwwarme pasta uit de magnetron. Maar vanwege de stress zijn mijn darmen van streek, alleen al van de geur van dat voer raak ik aan de diarree.
Tot mijn verbazing krijg ik na dat eten, dat ik niet gegeten heb, nog een keer de gelegenheid om te luchten. Hassan is er ook weer en omdat mijn sigaretten bijna op zijn, omdat hij via zijn zus inmiddels tabakswaren bezorgd heeft gekregen, mag ik van zijn zware shag meeroken. Hassan moet wachten tot maandag, dan wordt hij in Zutphen voorgeleid. In principe kan mijn inverzekeringsstelling ook tot maandag duren, maar ik hoop dat ik uiterlijk zondagmiddag naar huis mag. Ik heb immers een baan, ik moet maandag immers weer naar het hoofdkantoor, in het rioolputje van de westerse samenleving.
Hassan en ik roken om beurten, zorgen dat er vuur is in tenminste één van onze peuken. Want je krijgt één keer een vuurtje, daarna zoek je het maar uit, in die luchtruimte.
De deur gaat open ... de hotelgast van kamer 23 moet meekomen en moet zijn cel leegruimen.
Kamer 23? Dat is mijn cel!
Hassan wil niet alleen in de luchtruimte blijven, hij loopt mee, hij lacht naar mij en zegt: "ze laten je gaan!"
Ik geloof het nog niet, maar de agent van dienst bevestigt dat ik word heengezonden.
Ik geef Hassan nog een schouderklopje, ik wens hem sterkte. Ik had die man wel moreel willen bijstaan, maar ik mag weg!
Ik snap het niet, want ik zou op 7 mei nog een keer verhoord worden. Er waren immers nog meer vragen, er moesten nog meer antwoorden komen. De dienstdoende kan/mag ook geen antwoorden geven. Hij kan enkel zeggen dat ik een brief van het OM zal ontvangen over de verdere stappen in dit proces.
Ik ben blij, dat ik weer schoenen mag aandoen en een riem om mijn jeans. Dat ik weer een zakdoek heb en mijn telefoon.
Buiten rook ik samen met de agent die mij naar buiten heeft geleid nog een allerlaatste sigaret. Ik vertel hem over hoe ik mij voelde, bij de arrestatie, bij de verhoren en in de cel. Ik zeg hem ook dat het team van dienstdoenden een goed team is, met goede mensen. Dat hun verzorging van en zorg voor hun cliënten niet verkeerd is. We schudden elkaar de hand en dan wandel ik de avondzon tegemoet; het is vrijdagavond, 20u15.
PS: Voorlopig maak ik geen grapjes meer, ook niet over Hohenschönhausen.
PS: Mijn cartoon valt in de categorie "wie een kuil graaft voor een ander ...."


14 opmerkingen:

  1. Tjonge Jonge.....! Hard op weg naar de politie staat, voortaan oppassen jongeman....!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Tjonge Jonge....! Hard op weg naar de politiestaat, voortaan oppassen jongeman....!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik zou wel willen weten van wie de aangifte was...

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Tja je kunt straffeloos oproepen tot Jihad, roepen dat de koning een lul is (of wat was er ook alweer geroepen door die medelander), regelmatig zie ik oproepen van mensen dat bepaalde kamerleden maar overhoop geschoten moeten worden, joden vergast moeten worden en dat mag allemaal wel ? belachelijk.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Gewoon een hulpofficiertje die over de rug van een twitteraar promotie wil maken

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Dus als moslims twitteren dat ze alle christenhonden afmaken, in Den Haag met IS-vlaggen zwaaien, journalisten stenigen, dat allemaal mag dus wel. Zorgen maken over eigen volk en vaderland mag niet. Daar zorgt de politie wel voor. Even lieten ze zien in hun kinderachtige drang naar macht wie de grootste heeft.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Heftige ervaring moet het zijn geweest, succes en sterkte in ieder geval ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Het gekke is. Dat dit in mijn ogen krankzinnige verhaal , mij niet eens verbaasd.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Het gekke is. Dat dit in mijn ogen krankzinnige verhaal , mij niet eens verbaasd.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. wat waren nu de letterlijke tweets?

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Laat me raden, die dienstdoende hulp officer van het totaal krankzinnig geworden justitie apparaat aldaar heet vast Erdogan ...

    BeantwoordenVerwijderen
  12. scrioll scroll a weer een klaagzang met het woord marokaan erin. het houd niet op niet vanzelf

    BeantwoordenVerwijderen